‘Waarom Predikant?’, (Gepubliceerd in ‘In de Waagschaal’, 2 maart 2013)

Waarom predikant?

Als 25-jarige proponent gebeurt het mij regelmatig dat ik mensen moet uitleggen wat mij bezielt om dominee te worden. De laatste keer was in januari. Ik was met mij vrouw een weekendje naar Brugge geweest. We stonden aan de rand van de stad met een bordje ‘Breda’. Een vrachtwagenchauffeur (voor de hobby) stopte. Hij bleek een Rotterdammer te zijn, naar eigen zeggen  ‘atheïst’. Vader had nog gevochten in Indië. Onderweg terug per schip besloten de pater en de predikant dat de in de strijd benodigde christelijke eenheid wel weer lang genoeg had geduurd. Ze waren op weg naar het verzuilde vaderland, tijd om de strijdbijl weer op te graven. Vanaf dat moment geloofde zijn vader niks meer. Ik kan hem geen ongelijk geven.

Ik vertelde hem dat ik desondanks zelf nog wel geloof in het verhaal van het christendom. Dat mijn geloof in God mij rust geeft, omdat wie ik ben niet bepaald wordt door hoe ik of anderen over mij denken, maar door hoe God over mij denkt. Ik vertelde dat ik het verhaal van het christendom de meest complete visie op de werkelijkheid vind. Zaken waar de wetenschap geen zinnig woord over te zeggen heeft (verliefdheid, waarom de wereldproblemen nog steeds niet zijn opgelost) vinden hun plek in dat verhaal. Ik vond zelf ook dat kerken veel fouten maken, maar vertelde ook dat ik geloof dat er voor de kerk nog wel een toekomst is. Als kerken zich aanpassen aan de taal en vormen van hun context.

Dit is wat mij motiveert. God is erg belangrijk in mijn leven en ik geloof dat God juist via de kerk Zijn Koninkrijk gestalte wil geven. Toch lukt het de kerk vaak niet om dat op zo’n manier te doen dat ook buitenstaanders zich in deze beweging laten meenemen. Voor een deel ligt dat aan de voortgaande secularisatie van de cultuur, maar toch ook voor een groot deel aan het functioneren van de kerk.

De taak van de predikant

Daarmee komen we ook terecht bij de taak van de predikant. Hoe zie ik die voor mijzelf? Eigenlijk vrij klassiek. Het Woord van God verkondigen, pastoraat, vormen van onderwijs, gebed, dat blijft. Maar die taken van de predikant zou ik wel net iets anders willen invullen dan ik vaak om me heen zie gebeuren. Hoe ik dat voor me zie, vat ik samen onder de noemers ‘taal’ en ‘vormen’.

Taal

Volgens mij heeft een predikant de taak om helder te communiceren over God. Een God die ik heb leren kennen als enorm divers. Daar tegenover heb ik de theologie vaak leren kennen als beperkend. Volgens mij is veel theologie reactietheologie. Wij als theologen reageren op wat we minder goede theologie vinden. Op werkheiligheid, natuurlijke theologie, theologie die zich beperkt tot het zielenheil, theologie die vooral gericht is op het individu, op emancipatietheologie. Als predikanten gaan we de gemeente daarin voor. We noemen God ‘Lieve God’ omdat God vooral niet veroordelend is; we vinden dat mensen een ‘persoonlijke relatie’ met God moeten hebben omdat God vooral niet door middel van een onpersoonlijke relatie (contradictio in terminis) beleefd kan worden; we noemen God ‘HEERE God’ omdat God vooral niet wil dat iedereen zijn eigen ethische waarden er op na houdt, maar Zijn wil is dat we gehoorzamen aan de reformatorische uitleg van de Schrift.

Helaas ontkom ik daar zelf ook niet aan. Ook ik heb mijn allergieën opgebouwd, misschien juist ook wel omdat ik evangelische, reformatorische en vrijzinnige theologische wortels heb. Maar ik ben me meer en meer gaan beseffen dat de Bijbel zich niet in laat passen in een van die schriftvisies. De Bijbel is én én. Cross ánd Kingdom (N.T. Wright), rechtvaardiging van de gelovige én sociale gerechtigheid, ‘Barmhartige’, ‘Heer’ én ‘Vader’. Steeds meer ben ik er van overtuigd dat alleen een kerk die recht doet aan al die verschillende facetten van de christelijke traditie, dicht bij de ‘waarheid’ uitkomt. En dat alleen een kerk die recht doet aan al die verschillende kleuren van God, inspirerend kan zijn voor buitenstaanders. Want die hebben niks aan onze reactie-taal. Die prikken door onze (af)godsbeelden van God heen. Alleen een kennismaking met de ‘ware’ God zal hen eventueel kunnen raken.

Hoe dan wel helder over God te spreken? Door al die verschillende woorden en kleuren dreigt er een behoorlijk complexe boodschap te ontstaan. Daarom denk ik, dat als je echt in het kort iets over God wilt zeggen, je het maar het beste dicht bij jezelf kunt houden. Wat betekent God in uw leven? Wat zou u missen als u niet zou geloven? Wat zou u een ander ook gunnen?

Vormen

Naast het zoeken van goede taal voor het spreken over God, zie ik voor mezelf ook een taak weggelegd in het zoeken naar nieuwe vormen. De vormen zoals we die in een gemiddelde kerkdienst beoefenen, staan vaak mijlenver af van de vormen die we in de wereld buiten de kerk terugzien. Terwijl de eerste christenen een vorm kopieerden uit hun leefwereld (de synagogenbijeenkomsten of bijeenkomsten van ‘gilden’ in de Griekse steden) en daar hun eigen draai aan gaven, gebruiken wij sinds de vierde eeuw grotendeels dezelfde vormen terwijl onze context drastisch is veranderd. Dat is leuk voor ons als insiders, die van jongs af aan niet anders gewend zijn. Maar in de praktijk blijkt dat, als het zich eens een keer voordoet dat iemand zich aangesproken voelt door het christendom, hij of zij zelden aansluiting weet te vinden bij een bestaande kerk. Niet alleen vanwege de taal maar ook vanwege totaal vreemde vormen. Ik zie om mij heen heel veel generatiegenoten uit allerlei kerkstromingen afhaken, omdat ze zich niet thuis voelen in de kerk. En ik weet dat ze niet de eersten zijn. Als predikant zie ik het als mijn taak om op zoek te gaan naar nieuwe creatieve vormen, die helpen bij geloofscommunicatie in plaats van een extra drempel op te werpen. Dat betekent niet dat al het oude weg moet, ook hier geldt eerder én én. Wat dat betreft moeten we als PKN vooral kijken naar de ‘Fresh Expressions’ binnen de Anglicaanse kerk. En dan niet als te kopiëren model, maar als voorbeeld van hoe ook wij met onze gemeentes weer kunnen aansluiten op de context die aan ons is toevertrouwd. Daarbij hebben wij als theologen de taak om ons kritisch tot de context te verhouden. Met culturele uitingen is het als met het goud uit Egypte. Je kunt er een gouden kalf van maken, maar ook een tabernakel. Er liggen op dit gebied ook grote kansen bij de sociale media. Het uitwisselen van en vragen naar positieve ervaringen was nog nooit zo makkelijk. Als je een beetje nederig bent over je hoe fantastisch je eigen ideeën zijn, kun je een hoop leren van wat andere mensen in hun context hebben gedaan.

De toekomst van de kerk

Ik denk dat veel van mijn generatiegenoten zich in de strekking van dit artikel herkennen. En hoe narcistisch generatie Y ook is, we denken echt niet dat we het allemaal beter weten. We willen graag leren van uw ervaringen en theologisch meer doordachte worstelingen. Maar we willen niet worden opgezadeld met reactietheologie en -liturgie. Niet vanwege onszelf, maar omdat we geloven dat het de kerk niet verder helpt. In een tijd waarin geloven steeds meer een optie wordt, liggen grote kansen. Voor de kerk als instituut is het nu of nooit. Óf aansluiten bij de context en helder spreken over hoe God ons beweegt, of de boel de boel laten en afwachten tot er alleen nog huisgemeentes overblijven. Met dat Koninkrijk komt het wel goed, maar toch het liefst met een kerk met een beetje body, die aan het Koninkrijk dienstbaar is.

Robert Stigter

drs. G.C. Stigter is proponent/pionier binnen de PKN en betrokken bij Dominee 2.0.

7 reacties

  1. Beste Robert,

    Wat heb je het toch druk met God. Alsof God een natuurwetenschappelijk feit is. Een goede volgeling van Aristoteles. Bijna 20 keer noem je het woord God in jouw bijdrage. Niet één keer Jezus, terwijl het daar in het Evangelie toch om draait. Het woord God is een metafoor voor datgene dat een mens voor absoluut houdt. Dat kan bij verschillende mensen een heel verschillende inhoud hebben. Jezus is veel concreter, als je die tenminste ook niet als God in de Hemel wegmoffeld. Hij is de mens die ons volgens zijn volgelingen het absolute voor houdt. Hij is geen goddelijk wezen, maar hij laat ons het wezenlijke van God zien, namelijk solidariteit met wie in nood is. Zo simpel is het Evangelie. Daar kunnen we als gemeente over nadenken. Hoe vullen wij dat vandaag de dag in? Dan kom je dicht bij de mensen en kun je samen verder. Niet vanaf een kansel maar met elkaar in gesprek over wat er op dat moment toe doet. Dan is er meer behoefte aan een soort vormingsleider met managements- en communicatieve kwaliteiten dan aan een dominee die met achterhaalde begrippen blijft dweilen met de kraan open.

  2. Je ziet voor jezelf een taak in de kerk weggelegd in het zoeken van nieuwe vormen.
    Waarom? Omdat je theologie hebt gestudeerd? Alwéér een generatie predikanten op zoek naar nieuwe vormen? Het houdt niet op. Enig idee hoeveel generaties jonge theologen er al aan de slag gegaan zijn met het idee dat het allemaal anders moest? Het beste wat aankomende predikanten miz voor de kerk kunnen doen is een minder grote mond opzetten. Bescheidenheid siert ook de predikant. Het Koninkrijk van God is niet gebouwd door theologen, maar wordt wel door hen afgebroken. Je staat alleen maar in de weg met al dat geredeneer.

    1. Robert Stigter · · Beantwoorden

      Beste meivogel,
      ik hoop dat het inderdaad nooit ophoudt, dat kerkmensen steeds weer op zoek gaan naar nieuwe vormen. Ik besef me ook heel goed dat ik weinig zeg dat door anderen niet al eens een keer is gezegd. En dat theologen soms meer afbreken dan opbouwen, ook daarin ben ik het met u eens. Maar er zijn wel degelijk theologen die het Koninkrijk hebben opgebouwd. We zouden Paulus met goed recht een theoloog kunnen noemen, en hoewel mensen soms moe werden van zijn geredeneer (2 Petrus 3:16), heeft zijn argumentatie ons wel degelijk veel gebracht. En ook nu nog zijn er theologen die het Koninkrijk van God grote diensten bewijzen. Zo kan ik u de Engelse theoloog N.T. Wright van harte aanbevelen.

  3. Beste Robert,
    Mijn enigszins geagiteerde reactie heeft voornamelijk te maken met het woord “vorm”. En de gedachte dat nieuwe vormen moeten worden toegevoegd aan de ouden. Onze dorpskerk is een mix van hervormd en gereformeerd. Tijdens een dienst op hoogtij dagen kun je een evangelisch djéézus-djéézus combo’tje met leadzangeressen verwachten, een taizé-koortje, en zo af en toe zet het orgel in om te zingen uit de oude liedbundel. Je krijgt een kaarsje in de handen geduwd en wordt geacht elkaar het een-en-ander toe te wensen. Uiteraard wordt er even aandacht gevraagd voor het liturgisch bloemstuk. En dat alles wordt gezellig vanaf de kansel aan elkaar gepraat door een positivo in een liturgisch gewaad. En allemaal in één en dezelfde kerkdienst. Als iets de PKN kenmerkt dan is het wel de veelvormigheid en het verlangen zoveel mogelijk verschillende kerkelijke tradities aan elkaar te knopen. Naast een veelvoud aan vormen gelooft men binnen de PKN in een blijkbaar nogal kneedbaar Opperwezen ( of zo je wilt divers ). Er is een modegevoelig godsbeeld dat door de bank genomen uitkomt op een karakterloze “Lieverd”. Die conclusie had je zelf ook al getrokken begrijp ik. Als je geen reactietheoloog wilt zijn ( goed uitgangspunt ), dan wens ik je heel veel zegen in je pogingen de kerk weer een eigen identiteit te geven. Zelf ben ik de laatste twee jaar niet meer in de kerk geweest. Maar ik heb dan ook niet zoveel verschillende wortels waarop ik terug kan vallen. Evangelische muziek vind ik lelijk en Taizé wil graag buiten de opvoeding van mijn zoontje houden.

  4. Overgenomen uit “Het goede leven”: ( vrijdag 12 april )

    “Het zingen in de eredienst is vanuit muzikaal perspectief allerminst een eenheid. Mijn collega Marcel Barnard, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit, spreekt van de protestantse eredienst als een ‘bricolageliturgie’: het combineren van verschillende liturgische en liturgisch-muzikale stijlen.

    Barnard spreekt enigszins chargerend van de eigentijdse protestantse eredienst als een gerecht ‘met een aantal decibellen praise en een handjevol Liedboek, gekruid met een snufje Oosterhuis, een biologische Ionasong, en een eetlepel verstilling à la Taizé, geserveerd op een bedje van klassiek-gereformeerde en oecumenisch-protestantse hutspot, voor de fijnproevers afgemaakt met een toefje Bach.”

    Anderen kunnen het blijkbaar beter omschrijven dan ik. ( Zie mijn reactie hierboven. )
    Niet iedereen houdt het uit in die veelvormigheid. Kun je je thuisvoelen in een samenraapsel van stromingen en tradities? En kun je je ermee verbonden blijven voelen?

  5. Robert Stigter · · Beantwoorden

    Beste Meivogel,

    ik denk dat deze zoektocht juist voor veel PKN gemeenten een grote uitdaging is. In de grote stad of op de bible-belt met op elke hoek een andere kerk, kunnen mensen met een andere smaak hun geloof lekker op hun eigen liturgische manier beleven. Veel PKN gemeenten zijn de enigen in het dorp en dus moet je al die mensen met verschillende voorkeuren bij elkaar houden. Ik ben zelf wel groot voorstander van dat bricoleren, zolang het maar weloverwogen gebeurd. Naar mijn idee wordt er vaak maar wat aangerommeld, dat kost ook minder moeite dan de dingen goed overdenken. Toch denk ik dat bricoleren wel echt van belang is. Je kunt jongeren gewoon niet opzadelen met liederen in een muziekstijl die ze niet herkennen en met taal waar je enorm veel christelijke kennis voor nodig hebt om te begrijpen wat er wordt bedoelt.
    Wat betreft de inhoud waar de kerk voor staat, zit ik denk ik meer op hetzelfde spoor. Ik geloof wel dat God heel veelzijdig en divers is, maar dat is nog iets anders dan van God een karakterloze lieverd maken. Met een kerkdienst waar dat gebeurd kan ik ook echt helemaal niks. Als Dominee 2.0 proberen we kerken juist ook uit te dagen om weer helder te verwoorden waar ze nou voor staan. Jezelf beschrijven als open, pluriform en gezellig is dan echt te karig.
    Je thuis voelen en verbonden blijven. Dat wordt wel lastiger met al die nieuwe vormen. Ik hoop dat mensen zich vooral thuis kunnen voelen in de ontmoeting met God. Misschien is de smaak anders, is de sfeer anders, de muziek, maar uiteindelijk gaat het tijdens een etentje toch om die ontmoeting, en zou de rest daaraan dienstbaar moeten zijn.

  6. Beste Robert,

    Bedankt dat je gereageerd hebt. Ik wens je alle zegen toe in het toch wel moeilijke vak dat je gekozen hebt. Goed dat er nog jonge mensen zijn die predikant willen worden.
    Ook in een kerk die jaarlijks tienduizenden leden verliest.
    Dat getuigd op zijn minst van vertrouwen in God.
    Een hartelijke groet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: