De tandarts, theologie, een preek en de praktijk

door: Inger van Nes

“Hoi, welkom!” Mijn nieuwe tandarts steekt haar hand uit en stelt zich voor.
Ik veeg mijn klamme hand zo onzichtbaar mogelijk af aan mijn broek en druk mijn hand in de hare.

Er zit een groen elastiekje in haar bruine haar en mijn oog valt op de hippe gympen onder haar smetteloos witte broek. Eind twintig, schat ik. Zou ze net afgestudeerd zijn? Terwijl ik op de stoel ga zitten begint ze te praten. Ze stelt me allerlei vragen en doet haar mondkapje voor. Ik doe mijn mond open en geef vrolijk antwoord.

Terwijl ze tegen mijn tanden tikt vertelt ze wat ze ziet en doet. Ik hoor woorden voorbij komen waar ik de betekenis niet van ken. Maar dat zij weet waar ze het over heeft, dát stelt me gerust. Ze vertelt me enthousiast over nieuwe technieken, nieuwe boren en vult daarna – oh wonder! – pijnloos mijn gaatje. Dat is me nog nooit gebeurt. Met een grote glimlach loop ik tien minuten later de deur uit.

Tandheelkunde en theologie

Ik heb in huis gewoond met een tandheelkunde-student. Al in de eerste week liet hij mij enthousiast zijn nagels zien omdat hij een cursus ‘nagels verzorgen’ hadden gehad. Na een jaar lang oefenen en boren in nep-gebitten, lag de eerste patiënt in zijn stoel. Er zouden er nog velen volgen, die  minutieus en onder supervisie van een docent of een gecertificeerde tandarts werden bestudeerd.

Mijn tandarts en mijn huisgenoot hebben hier 6 jaar voor gestudeerd. Drie jaar bachelor, drie jaar master. Met vele boeken in zijn handen en op tanden van echte mensen. Goddank. Over de vraag of tandheelkunde een academische studie is, wordt naar mijn weten nauwelijks gediscussieerd. Ik ben ook blij dat er continu wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar nieuwe technieken, die mij in de praktijk pijnloos de deur uit laten gaan.

Drie jaar bachelor, drie jaar master. Een investering van de hele maatschappij in jonge mensen. Die worden opgeleid voor de wetenschap en een praktijk waarin ze continu en onder goede begeleiding op zoek gaan naar innovatie van hun vak. Waarom? Omdat de mens een probleem heeft en de tandheelkunde claimt daarvoor een oplossing te hebben.

En waarom ik dit u vertel? U begrijpt ongetwijfeld waar ik de tandarts en haar opleiding mee vergeleek, al denkend en fietsend naar mijn werk / de kerk.

Wie heeft het gedaan?

De discussies afgelopen week over de preek in de PKN en eerder rondom het manifest van dominee 2.0 brengen ook een duidelijk en intern probleem boven tafel. Er is op inhoud en vorm crisis  in de kerk geconstateerd, afgestudeerde predikanten geven aan dat zij niet voldoende zijn toegerust om hier mee om te gaan en twee wetenschappers (/docenten van de kerkelijke opleiding) concluderen dat er onvoldoende maatschappelijk-relevant en te relativerend wordt gepreekt.

Wat opvalt is dat wij – zowel ondertekenaars en criticasters van dominee 2.0 als iedereen die zich roert rond ‘preekgate’, – vooral bezig zijn om naar elkaar te wijzen. Volgens de gemeente ligt het aan omgeving (niemand zit nog te wachten op onze mooie traditie en kerk!), volgens jonge predikanten en studenten ligt het aan de (on)bestuurlijkheid van de gemeente / synode (ik ben al mijn tijd kwijt aan vergaderen!) of aan de opleiding (we worden niet op de huidige maatschappij voorbereid!) en volgens de opleiding ligt het aan de studenten (jullie hebben in de bachelor geen zin in de praktijk!) én aan de PKN (maar jullie bepalen de eindtermen!).

Maar: voor wie doen we dit nu allemaal? Wordt er werkelijk iets gemist in onze maatschappij, nu wij zo bezig zijn met onze instituten, preekkunde en overlevingsstrijd? Wie legt zijn oor te luisteren daar buiten – en signaleert een probleem of gat zo groot, dat een zesjarige (!) academische studie daar ten minste voor nodig is om een oplossing aan te dragen?

En…. wie is de eerste die daarbij naar zichzelf durft te kijken?

7 reacties

  1. Zie hier een voorbeeld van een preek zoals die niet moet worden geschreven. Leuke inleiding, maar veel te lang. Je punt had je in een enkele zin kunnen verduidelijken. Maar eerlijk gezegd weet ik nu nog niet wat je punt is. Vind je dat we aan het navelstaren zijn met Ciska Stark cs? Of vind je dat het een slecht wat verwijtend onderzoek is? Vind je dat buitenstaanders / niet-predikanten geen commentaar mogen geven? Echt ik weet niet wat – in homiletische vaktermen gesproken- kerugma is.

  2. ”Wordt er werkelijk iets gemist in onze maatschappij, nu wij zo bezig zijn met onze instituten, preekkunde en overlevingsstrijd?”

    Die vraag stel ik mezelf ook regelmatig de afgelopen tijd… geen antwoorden dus😉 Maar goed dat je het aanstipt!

  3. De tandarts wordt opgeleid voor een wel omschreven en overzichtelijke taak. Bij de dominee ligt dat ingewikkelder. Een belangrijk deel van het werk is om steeds opnieuw te onderzoeken wat voor ons de gaatjes en rotte kiezen zijn in of tussen mensen. Dat is dus eigenlijk het steeds beantwoorden van de vraag die Inger van Nes hier zo helder stelt.

  4. Als relatieve buitenstaander (ik ben een katholiek/remonstrantse hobbypredikant) wil ik in alle bescheidenheid reageren. Terecht wijs je erop dat er te veel een intern probleem van wordt gemaakt en daag je uit om naar buiten te kijken en om tegelijk de hand in eigen boezem te steken. Volgens mij – als theoloog – heeft dat ‘naar buiten kijken’ twee richtingen: de samenleving/cultuur enerzijds en de bronnen/tradities anderzijds. Zowel de observaties en analyses van de context als de confrontatie met de bronnen tillen ons boven onszelf uit. Dat vergt m.i. wel degelijk geduldige, ook wetenschappelijke toeleg en inspanning. Vooral het verbinden van de twee blikrichtingen is erg ingewikkeld (hermeneutiek). Als je dat niet zorgvuldig doet, is het gevaar dat je in het gat van simpele oplossingen schiet: platte marketing enerzijds of charismatisch sentiment anderzijds. Daarmee is voor mij ook het belang van wetenschappeljke theologsiche instituten en opleidingen onderstreept.

    1. Bedankt Eric, je geeft een waardevolle aanvulling met betrekking tot de twee richtingen waartoe een theoloog zich kan/moet/mag verhouden – helemaal mee eens!

  5. […] uitersten. Wie heeft er gelijk? Of hebben ze beiden een punt? Kwartiermaker @IngervanNes schreef er een prachtig blog over en vergeleek de studie die een tandarts doet voordat hij of zij aan het werk kan, met de […]

  6. […] uitersten. Wie heeft er gelijk? Of hebben ze beiden een punt? Kwartiermaker @IngervanNes schreef er een prachtig blog over en vergeleek de studie die een tandarts doet voordat hij of zij aan het werk kan, met de […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: