PThU in verandering

door: Folkert de Jong, proponent in de PKN

“Ook onze opleiding sluit niet aan bij wat wij en de kerk in deze tijd nodig hebben. Als we er zelf niets aan zouden doen, verlaten we de universiteit als predikanten die 20 jaar geleden prima hadden kunnen functioneren. 

Stevige taal

De Rector van de PThU, Prof. dr. Immink reageerde op deze stevige taal en vertelde in het ND  dat de opleiding voortdurend leert en het been bij moet trekken, een proces wat nou eenmaal tijd kost. Een paar dagen later las ik op “het goede leven”  nog een reactie van onze rector. Hieruit werd mij duidelijk dat hij aanneemt dat er in manifest geklaagd wordt over de kloof tussen de academie en de praktijk van de gemeente. Een kloof die door veel afgestudeerde predikanten wordt ervaren en die vaak onderwerp van gesprek is.

De aanname van Prof. Immink dat het in het manifest weer over deze kloof zou gaan is echter voorbarig.                                                                                             Het is niet een gebrek aan praktijk waar het probleem ligt.

Praktisch genoeg  

Gedurende de Master is er uitgebreid aandacht besteed aan homiletiek waarbij de praktijk steeds het uitgangspunt was en we zorgvuldig werden begeleid door kundige docenten. De pastorale praktijk vormde de basis voor de colleges over dit onderwerp. Wanneer we het over catechese hadden deden we dit aan de hand van rollenspelen en zelf aangedragen casuïstiek. En de praktijkstage, het vicariaat, is sinds twee jaar uitgebreid en aangevuld met een waardevolle pastorale training en vormt daarmee een goede voorbereiding op de praktijk.

Zelf heb ik in Utrecht gestudeerd maar uit een reactie van een aantal Kampense studenten vandaag  ( 17 juli) in het ND wordt duidelijk dat ook daar geen problemen worden ervaren als het gaat om de link met de praktijk, zij hebben zelfs een anderhalf jaar durende stage die hen alle facetten van het gemeenteleven laten zien. Daar dus ook geen gebrek aan de kerkelijke praktijk.

We verlaten de academie dan ook als goed opgeleide dominees en kunnen aan de slag in de PKN waar we  met liefde pastoraat verlenen aan de leden van deze kerk. We schrijven vol vuur en inlevingsvermogen preken voor mensen die zondags onder ons gehoor zitten. We leveren met plezier ons aandeel aan de kerkenraadsvergaderingen en andere overlegorganen omdat een kerk nou eenmaal baat heeft bij structuur en bestuur. Op college hebben we geleerd  ‘hoe dit moet’ en op hydepark ‘hoe dit hoort’.

Maar wat is dan het probleem?  

We leren om op de winkel die de PKN heet te passen, om de boel draaiende te houden. En daar zit mijns inziens het probleem. Onze context vraagt naast dat ook om een ander focus. Een focus op weggelopen leden en de mensen die niet eens de kans hebben gehad weg te lopen omdat de kerk nooit onderdeel heeft uitgemaakt van hun leefwereld. Een focus op een veranderende kerk waarin veel gemeentes moeten gaan nadenken over nieuwe organisatiemodellen. De krimp van de kerk wordt benoemd tijdens colleges maar buiten het vak missiologie om worden we  nauwelijks uitgedaagd om verder te kijken dan dat.

Missionaire predikanten met visie    

Met andere woorden: we leren niet hoe we missionaire predikanten worden. Hoe we visie ontwikkelen die verder kijkt dan de krimp van de kerk. Dominees met een boodschap voor de huidige cultuur, met een verhaal dat verstaan wordt  in de 21e eeuw. Dát is hoe mijns inziens de kerk gediend wordt. Dat is wat ik moet doen als ik Jezus wil volgen. En dan is missionair zijn niet iets wat je als predikant of gemeente ernaast doet, het is iets wat tot het wezen van de kerk behoort, wat in alles wat een kerk doet, communiceert en leert naar voren komt

Er zijn zo veel theologen binnen en buiten Nederland die goed over deze problematiek hebben nagedacht. Ik heb ze zelf moeten zoeken en kwam terecht bij allerlei kleine missionaire gemeenschappen die wel degelijk een visie hebben. Ik noem hier bijvoorbeeld Alan Hirsch die aangeeft dat het heel goed is dat de kerk geen dominante factor is in onze samenleving en vanuit daar verder kijkt. Als dogmatiek, praktische theologie, homiletiek en al die andere vakken gegeven zouden worden vanuit het ideaal van een missionaire kerk, hoe anders zouden die vakken er dan uit zien?  Ik heb bij dogmatiek geleerd hoe ik correct over het avondmaal kan denken en spreken maar ik had het ook graag willen hebben over wie Jezus is in een cultuur van consumentisme, materialisme en xenofobie. Dogmatiek is bij uitstek geschikt om de cultuur te peilen om vervolgens vanuit schrift en traditie  te zien welke antwoorden er gegeven kunnen worden.

Internationaal     

Het zwaartepunt van het christendom bevindt zich al lang niet meer in West-Europa. Uit de gebieden waar het christendom groeit, Afrika en Zuid-Amerika, komt veel theologie, maar deze bereikt nauwelijks onze collegebanken. Het zou waardevol zijn om niet alleen kennis te nemen van de Nederlandse, Duitse en Angelsaksische theologie maar ook van dat wat er buiten deze werelden wordt geschreven. Niet als exotisch fenomeen of in een voetnoot, maar als wezenlijk onderdeel van het curriculum.

Natuurlijk zijn we ook zelf verantwoordelijk om missionaire en internationale elementen in te brengen en hier kennis van te nemen en dat kan ook buiten onze studie om. Maar hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor onze opleiding.

Reacties 

Vanuit de opleiding komen twee reacties. Ik schreef al over de reactie van Prof. Immink,  het oude liedje: de jongeren moeten maar wat praktijk op doen. Meedoen met de oude structuren. De kerk hoeft niet altijd missionair te zijn en het komt vanzelf wel goed. Daarnaast de reactie van Jos de Kock om in gesprek te gaan over de toekomst van de opleiding. Een opleiding die op dit moment verhuist en daarom al aan grote verandering onderhevig is.

Tegen Jos de Kock zou ik dan ook samenvattend willen zeggen:

  1. Focus op visievorming
  2. Zorg ervoor dat niet-westerse theologie een wezenlijk onderdeel vormt van het curriculum
  3. Neem een missionaire kerk als uitgangspunt.

Gods Kerk     

Bij al deze opmerkingen moet gezegd worden dat ik mij besef dat wij de toekomst van de kerk niet in de hand hebben. Het is Gods kerk en we zullen het van Hem moeten verwachten. Maar dat betekent niet dat wij er niet alles aan moeten doen om mee te werken met Zijn Missie in deze wereld.

9 reacties

  1. Jantine Veenhof · · Beantwoorden

    Goed stuk: ik denk er als aankomend jonge dominee hetzelfde over. Ook ik heb dit erg gemist in de opleiding. Ter aanvulling zou het ook goed zijn – naast de missionaire focus in vakken en literatuur – inspirerende theologen en andere mensen die de kerk dienen vanuit hun eigen vakgebied uit te nodigen op colleges. Zo stimuleren we ook de diversiteit in theologie en het spirituele
    gesprek over missie vanuit de praktijk en academie.

  2. Volgens mij bedrijf je zelf theologie van zo’n 20 à 200 jaar geleden, als je suggereert dat het Gods missie zou zijn om mensen (weggelopen of voorbijgelopen) de kerk in te krijgen.

    Wat missiologie mij leerde (Bert Hoedemaker, Lamin Sanneh, Richard Niebuhr) is dat de context bepalend is voor de vorm en dus ook het ‘succes’ van een missionaire formule. En als de context verandert, dan de formule ook. Maar volgens mij moeten we een spade dieper gaan en ons idee van succes bijstellen. Is dat namelijk wel groei? (En dat is geen retorische vraag).

    1. Ina Veldhuizen · · Beantwoorden

      Groei van de kerk kan niet de focus zijn, maar wel de vraag welke aspecten van het evangelie nu relevant zijn in de cultuur van vandaag. Dogmatiek had ik heel wat spannender gevonden als dat vak gebruikt was om de huidige cultuur te peilen.

      1. Hoe kun je met behulp van dogmatiek (‘hoe spreken we op een verantwoorde manier over God, Jezus, de Geest’) de huidige cultuur peilen? Volgens mij moet op beide vlakken gewerkt worden, om ze vervolgens samen te brengen (loodgieterswerk).

      2. Om goed dogmatiek te doen kun je niet in een vacuum spreken, je zult eerst de cultuur moeten peilen om te zien wat er over God gezegd moet worden. dogmatiek die niet in de cultuur spreekt is de facto waardeloos, zonder waarde voor de kerk, zonder waarde voor de mensen er buiten. Zodra er loodgieterswerk aan te pas komt is het m.i. al te laat.

    1. Henk Folkeringa · · Beantwoorden

      Mag ik mij eerst even voorstellen? In 1935 ben ik geboren, gehuwd, geen theoloog of predikant, maar ‘gepokt en gemazeld’ in het kerkelijke instituut. Alles meegemaakt, zondagsschool, catechisatie, belijdenis, bijbelstudiekampen, evangelische kringen, pinksterbeweging en kerkelijk organisatie. Ook ben ik in aanraking gekomen met wat men noemt bevindelijkheid en ervaren wat dit is. Door mijn opvoeding een ‘product’ van de verzuiling à la Abraham Kuijper. Daardoor betrokken bij kerk (voorzitter kerkenraad), staat (18 jaar stadsbestuur) en maatschappij (20 jaar wijkgerichte vrijwilligerswerk). Veel leiding mogen geven. Maar let op…. op 55 jarige leeftijd uit het kerkelijke instituut gegroeid en die sans rancune verlaten. Naar dat weg groeien heb ik vele jaren nodig gehad en leren inzien een cultuurproduct te zijn van opvoeding in kerk en verzuilde tijd. Maar erken dat ik door dat verleden in positieve zin ben gevormd en mede daardoor een plek in de brede samenleving heb kunnen vinden en mogen vervullen. Oók het geloofsvertrouwen behouden met blijvende waardering voor de kerk als een belangrijke menselijke en solidaire gemeenschap! Dit alles als inleiding naar mij reactie op Het Manifest en reacties daarop.
      HERKENNING
      Met veel herkenning, waardering en betrokkenheid heb ik in het Manifest de worsteling van jonge theologen gelezen, aangevoeld en begrepen. Ook ik heb die worsteling meegemaakt maar met een andere uitkomst. Over wat ik heb ingezien en geleerd wil ik in positieve en constructieve zin wat vertellen. Ik besef een ‘kind van mijn tijd’ (1935-heden) te zijn van een oudere generatie en nu te reflecteren op de tijd van een jongere generatie. Toch meen ik door mijn brede en actieve maatschappelijke betrokkenheid (tot op vandaag) de huidige tijd te kunnen aanvoelen. Weliswaar, te wonen en werken in een stedelijke omgeving al jaren geleden verandert in een open- en vrije leefcultuur. In de landelijke omgeving met zijn kerkdorpen is dat nu stevig aan de orde. Jongeren worden geconfronteerd met vergrijzing, leegloop, internet en sociale media.
      VERANDERING EN WORSTELING
      Veranderingen zijn er op veel terrein. In theologisch opzicht is al jaren geleden een de verschuiving van dogmatiek en ethiek begonnen. Ook speelt het resultaat van bijbelhistorisch onderzoek, invloeden van sociologie en sociaal-psychologie spelen een rol . En niet te vergeten economie (geld, macht en kerkelijk inkomen). De kernvraag is: ‘Wat is er met het geloof aan de hand’ was al in 1977 een onderwerp van de theologische etherleergang ‘Rondom het Woord’ van de NCRV. Voortdurende brede maatschappelijke en culturele veranderingen hebben geleid tot een wereldwijd ontgrensde open samenleving. Dit is van grote invloed en de jonge generatie aanvaardt dit alles vanzelfsprekend. Dit alles vanuit een theologische opleiding bezien is te smal. De veranderingen zijn breed: cultureel, economisch, ethisch, maatschappelijk, sociaal, technisch, theologisch en politiek.
      Wil en kan het kerkelijke instituut lering uit de verandering trekken? Ja en nee. Ja, de PKN is meer pluriform geworden, de identiteit is verruimd, kerkelijke tucht verdwenen. Nee, want de invloed van het centrale bestuur en management is toegenomen met financieel kostbare
      gevolgen. Hét grote knelpunt is de spanning tussen continuïteit en verandering. Hoe daarmee omgaan hangt samen met een gesloten (behouden) of open (vernieuwen) houding ten aanzien van de samenleving. In denken en doen. Een beweging als G500? Partijreglementen werken veel democratischer dan de procedures van het kerkelijke recht!
      De kerk een rots in de branding, een licht op de kandelaar? Ja, maar dan voor de eigen (culturele) groep. Een belangrijke sociale gemeenschap? Ja, voor de mensen zich vertrouwt en verwant wetend met de identiteit en dat vooral plaatselijk. Daarom jammer dat kerkgebouwen moeten sluiten. Om demografische en economische redenen! Hierdoor verlies de samenleving aan gemeenschapszin en gevoel voor en zicht op belangrijke begrippen als berouw, geduld, vergeving, trouw, wederkerigheid en dienst aan de naaste.
      De worsteling met de kerk is bij mij ontstaan door de spanning tussen enerzijds een verzuilde gesloten gemeenschap met star identiteitsbehoud en confessionalisme
      en anderzijds de groei naar een meer open opstelling naar de mensen, waarin de rationaliteit overheerst. Het is mijn lokale politieke werk dat mij dwong tot breed maatschappelijk engagement. Verkregen evangelische waarden drongen mij ook daartoe,
      zowel rationeel (studie en ervaring) als emotioneel (bredere betrokkenheid)! Hierdoor leerde ik scherper inzien dat de Bijbelse boodschap de opdracht bevat tot een open houding naar ieder mens, tot humaniteit, zoals ook Jezus dat in praktijk bracht en dat niet alleen voor
      betrokkenen bij de synagoge in een gesloten wereld en eigen identiteit. Er groeide een ander zicht op het Bijbels evangelie en op het begrip God. Van grote betekenis voor mij werden teksten als: Johannes 1:18 ‘Niemand heeft ooit God gezien……’, ‘Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde’ (1 Johannes 4:8) en ‘God is geest……’, Johannes 4:24.
      God, Liefde en Geest zijn voor mij dé sleutelwoorden geworden. De Bijbelse boodschap, over roeping gesproken!, roept mij op tot humaniteit, zoals Jezus van Nazareth dat heeft geleefd en uitgeleefd. Een geweldige zware opdracht dat openheid vraagt naar alle mensen. Sprekend, zoals ds Peter Verhoeff in Trouw, dan is macht geen heersende maar dienende invloed. Doet moet ook in de politiek zo zijn! Dienst in liefde en Geest naar het grote voorbeeld: Jezus. Allerlei confessionele constructies zijn ‘over boord’ gezet. Ik ben ruimer denkend geworden. Niet economisch aan het kerkelijke instituut verbonden. Daarom heeft de reactie weergegeven citaat Colossenzen 3:9-11 mij zo aangesproken: ‘Nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.
      UITTREDEN?
      Roep ik met dit alles uit als jonge theologen op om uit de kerk te treden. Nee, maar wees
      trouw aan jullie roeping. Onwillekeurig denk ik aan Abraham, die ook handelde vanuit geloofsvertrouwen in de door God gewezen weg. Nodig is m.i. helder en scherp zicht te krijgen in de invulling van jullie roeping in deze tijd en na te denken over evangelische humaniteit in brede zin in deze tijd betekent. Dan is er geen sprake meer van Turken, Marokkanen of Joden, maar van MENSEN die je op de weg tegenkomt: ouderen én jongeren. Niet de mores van de kerk, maar de mores van Jezus, met een open en een ruimer blik. Sinds dit inzicht ben ik meer openen vrijer geworden naar vele mensen in straat, wijk en stad. Antwoord zoeken op hedendaags individualiteit. Dit wil m.i. ook de jonge mens van heden,
      ongeacht hun opleiding of etnische afkomst. Liefdevol meeleven en houvast van mensen ervaren, GENOEG WERK AAN DE WINKEL! Zowel binnen als buiten de kerk, open, niet afgesloten!

      Henk Folkeringa

  3. Wat me nou nog steeds niet duidelijk is … welke boodschap heeft de kerk nou eigenlijk nog in de 21ste eeuw?

    Als er als een boodschap is, heeft vrijwel niemand er nog boodschap aan. Domweg omdat
    de booschap achterhaald, soms zelfs achterlijk, en geen oplossingen geeft voor de problematiek van alle dag.

    Zodra nou eens duidelijk is welke boodschap er is dat je dan ook kan gaan nadenken over hoe je deze boodschap over kan brengen.

    Nu lijken jullie op een aantal reclame bedenkers die nog geen product hebben, maar al wel bezig zijn een campagne te bedenken.

    1. Beste barkeltje (waarom anoniem?),

      Je vindt dat de kerk geen boodschap heeft voor het heden, en de boodschap die de kerk heeft is achterhaald. Maar: welke boodschap bedoel je dan, dat die achterhaald is?

      Er zijn zaken die, ondanks het voortschrijden van de tijd, nog geen bal anders zijn dan 2000 jaar geleden. Onrecht tussen mensen. Of hoe mensen zich over zichzelf kunnen voelen. Op die punten blijft de bijbel actueel met zijn verhalen over recht en onrecht, en over liefde van God.

      Vind je dat de kerk die verhalen moet uitventen in de maatschappij?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: