De voorganger als (kleine) roerganger

 Mannen met baarden

Door: Kaj van der Plas, net-niet-meer-beginnend predikant, en verhalenverteller.

 Al die willen te kaap’ren varen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjoris en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Pier, Tjoris en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee

(volksliedje, link)

Lang geleden, toen theologen nog oude mannen met baarden waren, werd de kerk wel vergeleken met een schip. In de kerk moest je wezen voor een levensreis naar de eeuwigheid. En zoals ooit Noach aan boord van de ark bescherming vond tegen de woeste golven, zo beschermde de kerk je tegen de kwade krachten in de wereld. Nog steeds heeft de kerk wel wat weg van een schip. Ik ben, na ruim 25 jaar passagier te zijn geweest, vijf jaar geleden aangemonsterd als bemanningslid in de protestantse gemeente te Eelde-Paterswolde. Soms vervul ik de rol van stuurman, soms die van kapitein. Ook wel die van scheepsmaatje om het dek te dweilen (ik maak graag vuile handen). Soms peil ik de diepte van het water, dan weer probeer ik met behulp van hemellichamen een koers te bepalen. Ik houd in de gaten waar de wind vandaan komt. Soms is er land in zicht en dan leggen we aan voor zoet water en groente, druiven of graan.

Het was even wennen om als verantwoordelijke aan boord van dit schip te komen. Vol van ideeën over nieuwe richting ontdekte ik dat het op een schip zo niet werkt: als de gang er eenmaal inzit (het gaat, geestig genoeg, nog altijd voor de Wind) kun je niet een-twee-drie het roer omgooien. De koers bijstellen vraagt vaak al alle hens aan dek. En als je te snel stuurt dan slaan er mensen overboord. Er zijn bovendien nogal wat mensen aan boord van mijn schip die van teveel deining zeeziek worden omdat ze oud zijn of zwak. Ze zijn aan mijn vaarkunsten toevertrouwd.

De gemeente waar ik als jonge dominee (27) kwam te werken bestond al heel lang los van mij. Dat geldt ook voor de Protestantse Kerk in Nederland en haar voorlopers. En bij bestaan hoort een vorm van bestaan. Een gebouw, een organisatie, cultuur, tradities, denk-, leef- en werkpatronen. Je komt als vreemdeling binnen, vindt soms herkenning en soms niet. Ik heb eerst maar eens meegedaan en meegewerkt. Contact gelegd met de gemeenschap van mensen aan boord van mijn schip. In het voetspoor van mijn voorganger-roergangers. Maar van het begin heel zelfbewust. Ik draai mee in de bestaande kerk met mijn eigen stem, mijn eigen gedachten, mijn eigen zoektocht en vindplaatsen in de Bijbel en de traditie, en die beïnvloeden mijn omgang met de voorgegeven vormen, taal en rituelen. Ik wilde geen dingen doen omdat ze ‘zo horen’, maar wel eerst maar eens doorgaan met wat altijd gebeurde om het van binnenuit te ervaren. En vanuit het contact met de traditie en de mensen vervolgens bijsturen.

Zo heb ik langzaam maar zeker mijn eigen ruimte gevonden binnen een bestaande organisatie. Ik ben in mijn rol gegroeid en heb vanuit die groei, vanuit de positie die mij is toevertrouwd, invloed op de gemeente om mij heen. Zoals een scheepsbemanning op den duur aan elkaar gewend raakt en tot een gezonde ruimteverdeling komt.

Ik heb gemerkt dat het goed is om soms de grenzen van je eigen ruimte op te zoeken. Als je dat doet vanuit een heldere visie op ‘wat goed is voor de gemeente en de wereld er omheen’ is er ruimte voor experimenten. Om losser om te gaan met tradities of ze juist op scherp te zetten. Als je de achterliggende waarde(n) van de traditie en haar vormen helder kunt krijgen, kun je vanuit dezelfde waarde(n) tot geheel nieuwe vormen komen. De begrenzing van deze ruimte wordt door de gemeente zelf aangegeven. In pastorale contacten of in het voorbijgaan bij de kerkdeur. In de kerkenraad. Dan kun je het over de ruimte hebben en over je bedoelingen, en samen komen tot wat op dit moment het beste voor jou en de gemeente is.

Binnenin het schip van de kerk is er voor de voorganger veel ruimte te vinden als zij weet wat ze wil en vanuit welke waarden. Dan houd je het met jezelf en met elkaar wel uit, dobberend op het water. Maar weet je wat ik heb ontdekt? Het schip dobbert wel, zoals de ark van Noach, maar onderdeks is het helemaal niet droog! Stiekem staat de boot vol water! De muren van de kerk houden de wereld niet buiten: de wereld is in de kerk zoals de kerk in de wereld is. En toch zinkt het scheepje niet. Dat zou wat over het draagvermogen van het vaartuig kunnen zeggen, maar het zegt meer over de draagkracht van de zee. Volgens mij klopt de analyse van de ‘mannen met baarden’, die van de zeventiende eeuw incluis, niet. De wereld is geen dreigende plek die buitengesloten moet worden. We staan er als mensen, en ook als kerkmensen, voortdurend mee in verbinding. We zijn natuurlijk zelf ook voor 80 procent gemaakt uit water…

Ik heb als dorpsdominee in de gemeente een uitgebreid netwerk van dorpsbewoners. Maar ook buiten mijn gemeenteleden heb ik contact weten te leggen. Door mijn gezicht te laten zien als ‘dominee.’ Door mee te doen in de gemeenschap. En daaruit is (met wat omwegen) een prachtig sociaal-cultureel project te voorschijn gekomen (www.dorpvolverhalen.nl). Waarin heel veel dorpsgenoten deelnemen en ook de Dorpskerkgemeente zijn aandeel heeft. De kerkelijke gemeente heeft me hiervoor ruimte gegeven omdat ze inzag dat het belangrijk is dat de kerk ‘middenin het dorp’ staat. En de wereld om de kerk heen blijkt keer op keer een plek waarmee je je kunt verbinden om samen aan gemeenschap te bouwen. En gemeenschap is geen middel maar een doel. Of de tafel waar je met verschillende mensen samenkomt nu voorin de kerk staat of in de kroeg…

Van het beeld van Noach stappen we dus geruisloos over naar het beeld van de leerlingen die voor Jezus uit het meer op worden gestuurd naar de overkant. Dan komt hij onverwacht, tegen het einde van de nacht, zelf over het water naar ze toe gelopen. Hij nodigt ze uit om ook op het water te staan. Dan blijkt in zijn nabijheid het water je voeten te kunnen dragen! En je kunt elkaar de hand reiken en boven water trekken. Zou het er dus werkelijk om gaan de overkant te bereiken, of gaat het erom hoe je je in de wereld beweegt? Kies je ervoor te dobberen in je ark of leer je wandelen op het water?

Het zou me niets verbazen als het schip op den duur overbodig zal raken…

2 reacties

  1. Die laatste zin: wat een mooi visioen!

  2. Mooie woorden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: